is toegevoegd aan uw favorieten.

Samenleving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenzaamheid daalde over hem, hij werd een groote leegte in zijn leven gewaar, als was plotseling een goed vriend van hem gestorven.

Het gesprek verliep tot een bepraten van algemeenheden : voorvallen in het dorp, in de nabijgelegen stad. Joost had een on-eindigen voorraad nieuwtjes: de familie van Gennip ging nou toch eindelijk verhuizen, het had lang geduurd eer ze besluiten konden, uit dat ouwe krot te trekken . . .: onbegrijpelijk, h\j had het er geen maand in uitgehouden... Valk, de boer in den polder — dien Leen ook wel kende - had een nieuw paard gekocht, een mooie ruin . . ., wat slap van achteren; maar anders: een béste... Bikkers stond slecht op de Beurs: eiken dag werd het einde verwacht . . . En Croockewit was eergisteren door „Vooruitgang" candidaat voor de Kamer gesteld, maar hij wist zelf nog niet, of hij het wel aannemen zou.

Leen zat aldoor aandachtig te luisteren, soms met een flauwen, wei-willenden glimlach om Joost's onverwachte uitvallen en dwaze opmerkingen. Plotseling wendde hij het hoofd af, scherp luisterend.

„Vrouw . . .?" — zei hij in verstandhouding tot Nelly, toen duidelijk een zwak schreeuwen van boven klonk.

„Ja.' rees zij snel overeind, en ijlde de kamer uit.

„Is Nelly niet wel?" — vroeg Joost bekommerd. „Ze was zoo stil!"

„Och nee" - verontschuldigde Leen. „Ze is alleen