Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij heldere zonnedagen. Dan scheen alle schoonheid uit de dingen weg, vergloeid door het felle licht, dan was haar het groote leven buiten en overal zoo meedoogenloos, alles scheen dan wel te lachen, een harde lach van""onsympathieken, sterken levenslast. Het was of alles dan van haar ver-vreemde, zij voelde zich dan buiten het leven, als niet geschikt er voor, en zoo zwak

zoo' hulpeloos in haar eenzaamheid Vreemd: het

was als drong dat troostelooze licht tot in haar diepste innerlijk, want alles zag ze dan anders, zwaarmoediger in... Dingen waarover ze 's morgens nog vol vertrouwen

had nagedacht, kwamen haar nu hopeloos voor

Eerst 's avonds, wanneer de dag met zijn soms-overweldigende menigte van feiten en indrukken als bezonk, en ze alles kon overzien scherp en begrijpend in de

heldere sfeer van haar rust, werd het weer beter

Maar, O God, die middagen! dan woog de levenlooze stilte op haar, tot verstikkens toe, dan was er geen mooi-donkere somberheid, of hoog-opschreeuwende woede in haar... Dan was er niets dan een egaal licht-grijze verveling, die haar voortdurend stil-dreigend aangrijnsde van alle kanten, en die haar misschien nog eens tot de uiterste wanhoop brengen zou. Dan was het leven in zijn onbegrepen dorre belangeloosheid zoo onmeedoogend en overweldigend als een onafzienbare woestijn.

En nu dat zieke kind nog.... Van avond moest de dokter maar weer komen.

Sluiten