is toegevoegd aan uw favorieten.

Samenleving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat nou maar gelooven wilden !... Maar: „dat waren maar praatjes" ... „gekheid, je kon alles, als je maar wou." En waarachtig, het was 'm Godsonmogelijk! — Onderwijl voelde hij met den dag zijn energie verminderen Hij wist het wel — vooral als hij zoo'n

paar opdonders kreeg, als nu weer van Leen, dan voelde hij het dubbel hevig — hij wist 't wel, dat hij ten onder ging: z'n eer-gevoel, z'n naam, alles, de heele bedonderde boel.... O! dan zou hij wel om hulp willen schréeuwen in zijn wanhoop, zijn wanhoop: dat de anderen dat niet zagen, dat ze in hem alleen <3 bleven zien: de onwil, niet de onmacht... die duivel-

sche onmacht, die hij zelf vervloekte.

Ternauwer-nood in het leven gehouden door schijnheilige liefdadigheid ..., een leven, waarin hij langzaam wegteerde! — smaalde 't in hem op.

Soms kon hij zoo heerlijk vergeten in wat voor doen hij eigenlijk was. Dan sufte hij maar door in een aangenaam rustige onverschilligheid ...: liét zich leven, wroegingloos, omdat het leven en al wat ze hem gaven, zoo niets waard was. Dan scheen hij geen gedachten te

hebben, en dat was heerlijk Maar dan op eens

kwam er weer iemand, die 'm met een paar gulden geholpen had, en hem nu zoo'n paar vriendelijke woorden zei, alleen — o alléén maar — omdat hij 'tzoo goed met 'm meende." Dan was er plotseling weer — als phyzieke pijn bijna — het volle bewustzijn van zijn schande... en dat drukte, drukte voort-