is toegevoegd aan uw favorieten.

Samenleving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Maar wat is er dan, man?" — klonk haar stem, verwonderd schuchter na zijn woedend stem-gewelil.

„Wat er is?" — barstte hij opnieuw los, en in zijn stem schemerde even een verholen schamper lachen. „... Wat er is?!... Dat de vent me beliegt, me beliegt nog eiken dag!"

„Je moet weten" — ging hij kalmer verklarend voort — „dat ik 'm allang niet vertrouwde. Hij beloog me — dat wist ik — met kleinigheden; en daarom heb ik zijn huishoudster eens het een en ander gevraagd .... Zoo is er al heel wat aan het licht gekomen. En zoo weet ik ook, dat hij gisteren niks anders gedaan heeft, dan door den polder geflaneerd, en eergisteren heeft-ie den heelen dag thuis gezeten, vandaag

was-tie hier! En dan klaagt-ie tegen mij, dat ze

'm overal met 'n praatje afschepen, dat er geen dag voorbij gaat, of hij is er op uit geweest.... Ik begrijp niet, hoe de vent zoo stom durft te liegen!.... Maar nou ... nou heb ik er genoeg van, meer dan genoeg ... Het is nou wèl geweest!"

Nelly bleef zwijgen. Onwillekeurig zwol in haar een aangename voldoening, en ze verheugde zich — trots haar meelijden — dat Leen nu eindelijk ook tot haar inzichten gekomen was. Alle gevaar van Joost's kant scheen nu wel geweken.

.. .„En voor zoo'n vent hou je een meid minder" — schamperde Leen nog. „Daar geef je je kostbaren tijd an, om 'm vooruit te helpen!..."