Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wi] doen, dat ik 'm ook nog wel bezorgen kan... dan heeft-ie een duizend gulden in het jaar.... En daar kan hij alleen ruim van leven."

„Dacht ik het niet!" — riep Nelly uit met iets triomfantelijks in haar stem.

... Ze was niet boos op Leen. Alleen: zij begreep dien man niet... Die overdadige goedigheid, die bijnaonverantwoordelijke sulligheid ...! En dat van een getrouwd man, die een huishouden met vier kinderen had te onderhouden... Nee, ze kon zich toch niet begrijpen, dat iemand zoo was. En in weerwil van zichzelf voelde zij hem weer verder van zich af dien avond.

Maar boven al die gewaarwordingen, welde verweekend de teleurstelling: dat het nu nog niet uit was.

„Je bent toch wel gèk, Leen" — zei ze op eens hard, maar er klonk toch ook eenige teederheid in haar woorden.

Leen bleef zwijgen, en staarde peinzend voor zich uit,.

Toen, opstaand, murmelde zij, de schouders schokkend, overtuigd voor zich heen: „Het zal toch niks geven..

Er was een stilte zwaar van nadenken.

„Zullen we maar naar bed gaan?" — vroeg hij toen na een poos, bedeesd naar haar opziende ... „Jij zult zeker ook wel moe zijn ... ?"

„Vraag je dat nog?" — antwoordde ze loom, verwijtend.

Sluiten