is toegevoegd aan uw favorieten.

Samenleving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het wreede noodlot voelde, was dan de even-vergeten gedachte weer in haar...: morgen moest ze verhuizen!... Verhuizen, in dit weer! O, nü juist het huis uit te moeten, het eenige plekje, waar ze zich nog een beetje veilig voelde .... Nu te komen in een nieuw huis, waar alles vreemd zou zijn, en koud, physiek koud en geestelijk koud.... O God! die innerlijke rillingen, die haar opvoerden naar waanzin, onweerstaanbaar. Ze dorst niet, ze doi>t niet! ze

zou het Leen zeggen van avond nog Het was

of ze zich ging werpen in een maal-stroom van moeiten

en ontberingen Ze voelde zich zoo zwak, ze zou

erin ondergaan Het zou zoo pijn doen O

Jezus! nog meer pijn

Geheel moedeloos viel ze dan in haar stoel terug, en het duurde even, voordat zij haar onverschillige rust weer herkreeg.

... Ze zou verlangen:... Maar eigenlijk had ze geen verlangen meer. Ze zou niet weten wat. Niets kon haar meer prettig aandoen. Alles was haar onverschillig.

O God! die hel-lichte grijsheid om haar heen, die blank-vale nevel altijd en overal, die alles wegnam, alles verhulde als een mist, als ware er geen wereld en bestond zij alleen, moest zij alleen bestaan met haar pijnen en haar verveling, die als een vloek was, een boven-natuurlijke straf....

Grijs! Grijs!... Kleurloos, levenloos alles... Hoelang zou ze dezen toestand nog uithouden ... ? De lucht