Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scheen wel dik door die grijsheid, moeilijk te ademen, drukte haar op de borst als een tastbare last bijna. Geen mensch kon dat begrijpen, elk oogenblik „bestaan" was voor haar een zwoegen ...

Alle energie was uit haar verdwenen, ze kon niet meer liefhebben, ze kon niet meer haten ... Joost?... Hij mocht in de kamer zitten den heelen avond, zwetsend als vroeger... het zou haar niet zoo erg hinderen. Alleen zou ze naar rust verlangen, naar gevoelloosheid, als altijd...

... O! ze wist wel wat ze had: ze was moe, dooddood moe! Haar lichaam lag lamgeslagen door overdadige vermoeienis, een moeheid, die wel altijd blijven zou... Er was te veel door haar leven gegaan, ze had alles te heftig gevoeld: vreugden en ellenden, wroeging en genot. Nu lag ze, verteerd door tekrachtige en te vele emoties . • •: onverschillig voor alles, en toch... gekweld door allerlei. Niets was goed, en toch wist ze niets beter te wenschen ... Haar ziele-leven was dood, en nu sleepte zich haar lichaam zonder stuur, doelloos door de lange dagen ... Het liefst zou ze nog willen een opgaan in het Niet, het „Onbewuste" ... Ja... dat verlangde ze ...

Maar je kon hopen en denken en verwachten, het mogelijke zoo goed als het onmogelijke... geen enkel verlangen kwam in vervulling. En de geest en het lichaam, beide verbitterd door ellende, bleven hongeren naar voldoening.

Sluiten