is toegevoegd aan uw favorieten.
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Goeien avond" — klonk zijn stem somber bij het binnenkomen.

„... 'n Avond" — zei ze nauw hoorbaar in een zucht.

Zwijgend ging hij zitten. De stilte hield even aan...

„Is alles klaar voor morgen?" — vroeg hij toen zacht, deemoedig bijna. „Om zeven uur komen de wagens."

„Ik vind 't goed" — antwoordde ze toonloos, onverschillig.

Toen zwegen ze weer beide, heel lang...

VI. 2.

Dienzelfden avond om half zeven was Joost uitgegaan, om — volgens zijn gewoonte — een „verzetje" te hebben. Maar toch ook ... hij had geen petroleum meer in huis, en hij moest zuinig wezen met de kaars, die hij noodig had bij het naar bed gaan.

Het was anders weinig weer om buiten te wandelen... vooral als je het toch al onder de leden had — bedacht hij huiverend, zijn kin instinktief keel beschuttend laag neergedrukt in de hoog-dicht geknoopte demi-saison, „een oud beestje, — dat hij in zijn goeie dagen al-lang aan den asch-man gegeven zou hebben."

... Maar alles was beter nog, dan alleen te zitten in die donkere, stille kamer van 'm... waar het nu trouwens toch ook koud was. Hu...! die stille enge