is toegevoegd aan uw favorieten.

Samenleving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij schrok van die verlokkende gedachte, bang dat die zich in hem wortelen, en hem onverwachts tot een daad voeren zou, waarvoor hij altoos teruggedeinsd was.

En er begon een afmattende tweestrijd in hem: aan den éenen kant zijn angst voor het onbekende geweld, dat aan hem gebeuren zou, de pijn, het onherroepbare van den dood ... aan den anderen kant: zijn tegen-zin in het leven, dat hem te wachten stond.

Hij beefde van zenuwachtigheid", van vruchteloozen weerstand tegen den diep innerlijken en toch als niet van hemzelf uitgaanden drang tot de gevreesde, laatste daad ...: zoo trilt een fabriek onder het tekrachtig werken der machines.

Geen zorgen meer" - herhaalde hij mijmerend in zich zelf, als overlegde hij, hoe dat wezen zou.

Maar heel klein, diep in hem was de overtuiging al, die hoe langer hoe grooter, hoe langer hoe meer bewust werd: dat het nu gebeuren zou....

Hij trachtte den angst, die hem verteerde, weg te redeneeren: het zou in een oogenblik gtdaan zijn... het sterven, dat voelde je niet eens; eigenlijk was de dood zelf het ergste niet, maar het bewuste naderen ervan

... „Nee, ik durf niet" - bekende hij zich op eens, bedenkend hoe hij daar roerloos liggen zou, terwijl de trein als een woedend monster recht op hem zou aandonderen.