Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En een tijdlang bedacht hij nu weer hoe t zou zijn, wanneer hij terugkeerde in het leven. Maar in zijn borst voelde hij thans bij elke ademhaling een fijn-stekende pijn ... O jezus! hij voelde zich zoo ziek ... Wat hechtte hij nu nog aan het leven ?... Hij ging immers toch gauw kapot,... en anders zou 't toch éen onafgebroken ellende zijn voortaan ... Kwam de dood maar onbewust ... Maar daar gaan liggen op de rails, lang voor dat de trein er zijn zou!... 'm hooren aankomen!...

Dan begon het weifelen weer.

Plotseling klonk opnieuw het sein: eerst het klokje bij het over-pad, toen een ander klokje verderop, de zelfde heldere, korte geluiden

Het zou een trein uit de stad zijn.... Die kwam over de andere rails.

Star zat hij voor zich uit te staren. Het was of zijn kop springen zou: zoo strak was er alles gespannen.

Een poosje duurde het.

Toen richtte hij zich op eens stram, vastbesloten overeind, kroop langzaam tegen den dijk op, sloop over het eerste paar rails, dook toen neer en strekte zich behoedzaam lang uit over het tweede paar.

Maar plots zat hij met een rilling weer recht op, instinktief terugschokkend voor het koude ijzer aan zijn hals. Doch hij bedacht de bespottelijke nietigheid van zulke pijnen, nu dit gebeuren ging, en hij legde zich weer, bleef roerloos, in gespannen afwachting strak starend omhoog.

Sluiten