is toegevoegd aan uw favorieten.

Samenleving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gerard was al ruw en driftig genoeg van z'n eigen, en als ze dan bedacht, dat hij den heelen dag onder die menschen verkeeren moest 1... Om drie uur begonnen ze dan dikwijls al te bitteren, en dat duurde dan tot vijf uur, half zes; dan was d'r kamer stik-vol tabaksrook ... en de praat — dat kon je begrijpen! — die was t'r niet beter op geworden.

Zij troostte zich altijd maar met de hoop, dat Gerard nog eens op de „groote vaart" zou komen, waar hij altijd van sprak. Dan duurden de reizen wel langer, maar behoefde hij ook niet zoo gauw weer weg, en dan verdiende hij meer geld, kreeg misschien wel andere vrienden. Maar er waren nog in het geheel geen vooruitzichten op, en Gerard was er de jongen niet naar om er flink achterheen te zitten, dat 't nu eens gauw gebeurde. ... 't Kon hèm niet schelen: hij ging op in zijn werk.

't Liefste — ze zei 't wel nooit — maar 't liefste had ze nog gezien , dat hij 't heele varen er maar aan gaf. Want 't was en bleef toch een naar, gevaarlijk vak. Zooals nü bijvoorbeeld: het liep weer tegen den winter, de dagen kwamen weer, dat het stormde, of dat het „dik-van-mist" was, zooals Gerard 't noemde... Dan hoorde ze het angstige, klagende blazen van de booten op de rivier, en dan had ze geen gerust oogenblik; kwam pas weer wat tot kalmte, als hij goed en wel weer bij haar in de keuken zat.

Jammer, dat hij dan maar zoo kort blijven kon.