Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In vage vormen opdoemend uit het half-duister lag daar de „Nikolaas" onverwogen, als een reuzig lastdier, dat onverschillig maar aan zijn lichaam doèn laat, zonder er zich verder mee te bemoeien. Straks zou het - gedreven door menschelijk vernuft - zijn plicht doen, nü scheen het nog zijn apathische rust te genieten: kalm, in sterk contrast met het heftige leven aan dek, wolkte boven uit den schoorsteen — stevige, kordaat-rechtoppe stomp: symbool van saamgedrongen kracht — zijn ijle rookadem op.

Even stond Gerard stil, het geheel met een 001deelkundigen blik overziend, 't Was toch maar een klein ding, de „Klaas" — oordeelde hij — zes, zeven honderd ton hoogstens. Maar sterk! Als éen klomp ijzer. Zóo ruw kon 't buiten dan ook bijna nooit wezen, dat de „Klaas" binnen bleef...: een édel scheeppie, al was tie dan ook niet van de nieuwste meer.

En gezond, stérk in het leven, voelde hij iets hooghartigs in zich opwellen: als was hij de trotsche gezagvoerder, die — kort voor een gewaagden tocht — zijn beproefd vaartuig monstert, 't Was een heerlijke koorts, die hem doorvoer: de liefde voor zijn vak: de zeevaart, den geheelen handel 't Was dan toch ook

maar mooi, de handel.... Dat ging over heel de wereld! En hoe paste 'talles in elkaar! De handel zette alles in beweging : treinen, booten, fabrieken... Zonder handel was er niets. En het éen kon het

Sluiten