Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„H... asje... asjeblieft, meester, ik ..." — reikte de stoker hem de bruine, harige dot over.

„Ja, 't is goed" — rukte Gerard ze 'm snauwend uit de hand. „Toe, donder nou maar weer gauw op!"

Maar de andere bleef dralen.

„Me... meester" — begon hij stotterend — „ik ...

ik wou je is vragen : as-ie soms denk,... dat

ik..."

Gerard, die zich al omgewend had, bleef plotseling staan. Zijn lichaam trilde van ingehouden drift, zenuwschokken gingen door al zijn leden; de tanden op elkaar geklemd, schenen zijn klein-felle oogen zijn toorn wel in het slappe slaafsche gezicht daar vóór hem te willen boren ... Dat smoel!... Hij walgde van dat smoel met die gemeene lodderige oogen, en hij had een oogenblik een bijna-onweerstaanbaren lust erop te slaan, te beuken in het wilde" weg maar om zöo dien laffen bek tot zwijgen te brengen. Doch hij wist zich nog te bedwingen.

„Kerel! je bent bezopen!" — bulderde hij op eens verachtelijk los. „En nou gauw, weg, naar je vuren, of ik trap je uit de machinekamer!"

Hij deed een driftigen stap naar den stoker toe, den arm hoog dreigend naar de stookplaats gericht, niet meester van zich zelf meer. Ontsteld was de andere een eind achteruitgewankeld.

Gerard meende dat het genoeg zou zijn. Het gezicht vol grimmige minachting nog, had hij zich langzaam weer omgedraaid, verwachtende dat de kerel nu gaan

Sluiten