is toegevoegd aan uw favorieten.

Samenleving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrouwtje naar hem op met groote oogen, verschrikt door zijn onverwacht binnenstormen. Maar opeens zijn ontdaan gezicht ziende, liet ze haar naaiwerk vallen.

„Jezus jongen!" — kreet ze op hem toeloopend. „Wat is t'r! Ben je niet goed?"

Even had hij onbewegelijk gestaan, beduizeld door het felle licht, en de machtige emoties- Maar met een wilden zwaai van zijn lichaam ontweek hij als een nukkig kind zijn moeder, en neersmakkend op een stoel bij de tafel, de handen woest-klauwend in zijn haren, barstte hij zonder een woord in een hartstochtelijk briesend huilen uit.

Mevrouw Delport begreep niet, verward keek ze om zich heen, als zocht ze wat.

„Maar Gé! Jongen ...!" — riep ze wanhopig , smeekend. Doch zijn overspannen toestand ziende, en beseffend dat zij dien door zenuwachtig-zijn slechts nog verergeren zou, dwong ze zich tot kalmte:

„Toe Gé, zeg 't mij maar" — vleemde ze aanhalig, als sprekend tot een kind, zacht haar hand op zijn schouder leggend. „Is t'r een ongeluk gebeurd, aan boord ? ... Toe, vertel nou eens... Misschien kan ik..."

Maar koppig-weigerend schudde hij snik-schokkend het hoofd „Drink eens, dan kom je wat tot bedaren" — bedacht ze, en wilde haastig al een glas uit den kast halen. Maar:

„Nee, nee, née!... Ik wil niet!" — dwong hij huilgillend „Ik wil niet..."