Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op de vraag: of verandering van verschijnselen met stabiliteit van princiepen kan samengaan.

II

In het groot gezien, kan men de na-christelijke beschavingsgeschiedenis herleiden tot twee tijdvakken: de middeleeuwen en den modernen tijd, aan elkander geschakeld door een complex van werkingen, die men met den zonderlingen naam Renaissance begiftigd heeft.

De middeleeuwen kan men dan noemen den ontdekkingstocht naar God en den hemel, den nieuwen tijd het zoeken van den mensch en het heelal. Met synthese en analyse zijn ook, samenvattend, de strevingen dezer twee perioden onderscheidenlijk te benoemen.

Ik heb hier gesproken van perioden, tijdvakken. Te onrechte eigenlijk, omdat de tendenzen, die ik aan elk dier afdeelingen toeken, geen wezenlijke tijdelijke begrenzing kennen, in elkaar grijpen, en gedeeltelijk ook thans nog naast elkander bestaan. Ik bedoel met „middeleeuwen" den geestestoestand, waarin de menschelijke neiging het sterkst naar het geloof, met modernen tijd dien, waarin zij het meest naar het weten gaat. Er is, historisch, een oogenblik waarop deze twee tendenzen uit den toestand van samengaan, die latente verscheidenheid was, tot evidente scheiding komen, waarop

Sluiten