is toegevoegd aan uw favorieten.

Van oude en nieuwe kunst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aandoeningen, die wij zoo dankbaar vinden in de verzen van Dr. Smoor, Albertine Steenhoff, of Willem Smulders — al deze ernstige blijken van meditatie kunnen toch ook niet anders dan levensteekenen van moderne christelijke kunst worden genoemd. F.n waar wij in onze schilderkunst dezelfde krachten reeds werkzaam zien... waar Dunselman in zijne staties fcich zoo blijkbaar op eene sprekende karakteristiek der dramatis personae toelegt en zoo duidelijk zijne eigen ontroering weet te vertolken in een gebaar, een stand of een oogopslag dier figuren... waar Molkenboer eindelijk in enkele zijner beste portretten er zoo goed in is geslaagd uit het stoffelijk gelaat het immaterieële, de ziel, zijner modellen weêr te geven — daar kan toch niet worden ontkend, dat de christelijke kunst althans begint weder een eigen taal te spreken.1)

Zelfs deze weinige opmerkingen en overwegingen schijnen mij reeds geschikt om enkelen te winnen voor de meening, dat ook op het gebied der christelijke kunst herleving noodig, mogelijk en wellicht reeds beginnend is.

Het zijn de kunstenaars alleen, die haar ons bren-

l) Sedert dit geschreven werd, zijn eenige jaren verloopen en thans zoude dan ook reeds méér zijn aan te halen. Om van de architectuur te zwijgen — waarover later — zij hier slechts herinnerd aan het werk van Toorop, de kruiswegstaties van Theo Molkenboer en enkele der goudsmidswerken van Jan Brom.