is toegevoegd aan uw favorieten.

Van oude en nieuwe kunst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Laatste Oordeel, leert hoe dat werk, aan God geofferd en door Hem geheiligd, den mensch wel een last is, doch een zoete last, die heerlijke belooning vindt. En dat dit geene fantastische uitlegging is, wordt bewezen door de woorden der midaeleeuwsche schrijvers zelf. Rupert de Tuy geeft te verstaan, dat de arbeider, in deze beelden het moeizame werk herkennend, waartoe hij zijn leven lang gedoemd is, bij den aanblik van het Christusbeeld er aan herinnerd wordt, dat hij niet vergeefs arbeidt. En Honorius van Autun, verdere toepassingen makend, zegt, dat de mystieke ziel, bij het aanschouwen van dezen jaarkring, bepeinsde dat de tijd de schaduw is der eeuwigheid; terwijl Sicardus van Cremona overweegt, dat het jaar, verdeeld in 4 jaargetijden en 12 maanden, een beeld van Christus zelf is, wiens leden de 4 evangelisten en de 12 apostelen zijn.

Inderdaad vindt men te Parijs boven elk der maanden een der apostelen. Zoo wijzen dus de getuigenissen van tijdgenooten ons den goeden weg en behoeden ons voor dwaasheden als de geciteerde van Dupuis of— om een ander te noemen — van Lenoir, die in de twaalf maand-voorstellingen der kathedraal van Kamerijk niet meer of minder zag dan ... de twaalf werken van Hercules! Wil men voor dergelijke dwalingen bewaard blijven, dan is het eenige middel de voorlichting van tijdgenooten der kunst, die men bestudeert.