is toegevoegd aan uw favorieten.

Van oude en nieuwe kunst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van bouwkunst is het wezen terecht als „het vormen van ruimte aangeduid." Immers, of zij een paleis bouwt dan wel een heining zet, steenen tot een toren stapelt, of een kelder in de aarde graaft, — haar werken is immer tridimensionaal: vlakken vereenigend tot lichamen, bootsend in de ruimte. Wat haar echter onderscheidt van de in engeren zin plastiek genoemde kunst, is haar gebondenheid aan een doel: zij vormt slechts ruimten voor een practische gebruiksbestemming.

Is aldus architectuur de noodzakelijke-ruimtenscheppende kunst te noemen — waarin „noodzakelijk" in den betrekkelijken zin van „door-denmensch-noodig-geacht" moet worden verstaan — dan blijkt het de door haar geschapen ruimte te zijn, wier bezit of gemis van schoonheid beslissend is voor de al of niet aanwezigheid van stijl. Gewoonlijk, en zeker in onzen tijd en in dit land, zijn de ruimten, wier vorming aan de bouwkunst wordt opgedragen, bijna zonder uitzondering, naar alle richtingen geslotene — caviteiten zou men kunnen zeggen — en dit wettigt dus het besluit, dat het criterium der beoordeeling dezer kunst valt te zoeken in den inwendigen vorm harer scheppingen.