Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderling krakeelen. En met zoo'n man van de praktijk is men ten slotte toch ook wèl zoo zeker, dat het werk soliede wordt".

Hierop blijft al dadelijk te antwoorden, ook al zouden al deze argumenten onwederlegbaar zijn — wat niet het geval is! — dat men toch nimmer aan een religieus gebouw het karakter van kunstwerk mag onthouden ... om wat geld en wat last en wat moeite te besparen.

Want niet alleen is een leelijke kerk haar bestemming onwaardig — zij mist ook het stichtend en het opvoedend vermogen der kunst. „Het volk, dat gevoelig is voor uiterlijke praal" — schreef Lëon Gautier — „heeft er behoefte aan, dat het huis, waar de goede God in woont, het de groote hemelkapel voor oogen brengt", en abbé Naudet wijst terecht op het beschavingsbelang van goede kerkelijke kunst. Na haar verval in onzen tijd te hebben gesignaleerd, noemt hij dat een groote fout. „Een fout" — zegt hij ongeveer — „die de hedendaagsche katholieken moeten inzien, want het gaat om de glorie van God, de eer der Kerk en, tot zekere hoogte, den godsdienst van het volk... De christelijke kunst is het, die het volk aandeel heeft gegeven in aesthetisch genot.... üe kathedraal was vroeger als een museum voor het volk, een prachtig museum met zijn immense en heerlijk gebouwde ruimten, een museum gevuld met de mooiste

Sluiten