Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weg ware gewezen — maar die toch uitteraard den noodigen grondslag van feitelijke kennis moeten missen.

Evenwel — en ziedaar wat kunstonderwijs ons baten kan — zou niet een priester, die de tegenstelling tusschen mooi en leelijk wezenlijk heeft leeren beseffen, als hij in de schoone, maar perijkelvolle, omstandigheid komt van mede te werken tot de stichting van een kerkelijk gebouw, zijne artistieke verantwoordelijkheid diep gevoelen en vóór alles trachten bij de keuze van een bouwmeester zich niet te vergissen?

En indien deze ernstige wil — het verlangen, dat iedere kerk een kunstwerk zij — bij de voornaamste lastgevers is aangekweekt, dan schijnt het niet zoo moeilijk meer, hun de keuze van een architect te vergemakkelijken.

In sommige buitenlandsche diocesen heeft men er dit op gevonden, dat een door den Bisschop benoemde commissie alle plannen tot bouw of restauratie van kerkelijke stichtingen onderzoekt. Het is een middel, dat, bij veel goeds, toch ook veel tegens heeft.

Slecht werk zal op deze wijze in den regel worden belet — maar groot gevaar bestaat er, dat zulk eene commissie op den duur eenzijdig wordt, dat zij alleen een bepaalde richting in de kunst zal steunen, exclusief oordeelen en tegenover jonge pogingen naar wat anders, tegenover frissche

Sluiten