is toegevoegd aan uw favorieten.

Van oude en nieuwe kunst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zweem naar poëtiseering, met oorspronkelijke détails naar eigen gevoelsindrukken.

Het gevolg is, dat wij het werk van de eerste zonder veel sentiment zullen vinden, dat van de tweede te veel persoonlijk-aandoenlijk, sentimenteelerig misschien.

Giotto had nog veel van het statig-onbewogene, het zuiver epische der hiëratische kunst, die vóór hem bloeide, maar daarbij — met de kracht van die zich los wil maken uit het beklemmend traditioneele — zorg voor een nieuw gebaar, voor een sprekende gelaatsuitdrukking. Maar misschien juist omdat hij de eerste was, die een nieuwen weg opging, hij blijft grootsch, verdiept zich niet in kleinigheden, hij ontroert. Fra Angelico daarentegen, is reeds dikwijls „aandoenlijk" in den beperkenden zin van het woord; zijn hemel is minder verheven dan wel lief, hij causeert meer, dan dat hij verhaalt.

Er ligt een geweldige afstand tusschen eene Madonna van Giotto en eene van Angelico. De staroogige, altijd meer dan menschelijk-groot geziene, de eerbiedig lief-te-hebben, de gebogente-naderen, de machtige tot genade, de tronende koningin — hoe schijnt zij een andere dan de liefoogende, de teeder-kleine, de beminnelijke, de ontvankelijke, de van natuur gratieuse, de toevlucht van zondaars en troosteres der bedroefden. Dit bedoel ik: vroegere tijden durfden hun eigen