is toegevoegd aan uw favorieten.

Arthur Schopenhauer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staat er nooit een enkele medeklinker tusschen twee klinkers, wanneer er niet één een tweeklank is."

Andreas Schopenhauer, de grootvader van onzen wysgeer, was gehuwd met eene hollandsche, genaamd Anna Kenata Soermans, die na den dood van haar echtgenoot onder voogdijschap van een ouden huisvriend werd geplaatst, daar zij in haar geestvermogens gestoord werd.

Uit dit huwelijk van Andreas met Anna Renata waren vier zoons geboren: Michael Andreas, Karl Gottfried, Johan F riedric 1 en Heinrich Floris, welke laatste het levenslicht zag in het

ivi3<r 2.747

Niet allen verschaften hun ouders evenveel geluk; Andreas was — waarbij overerving mogelijk een groote rol gespeeld heeft — van af zijn jeugd in zijn geestvermogens gekrenkt; en Karl Gottfried leidde geruimen tijd een zeer losbandig leven, totdat hij aan tering bezweek. Ook Johann triedrich stieif aan de tering, ofschoon niet na een dergelijk leven als van zijn broeder. Alleen de oudste zoon, Heinrich Floris, de vader van Arthur Schopenhauer, verwierf zich, door zich met ijver op den handel toe te leggen, en een ordelijk en zorgvol leven te leiden, een degelijke maatschappelijke positie, en geraakte zelxs

in het bezit van rijkdommen.

Door vele reizen en een langdurig verblijf in het buitenland had ziin geest zich op velerlei gebied ontwikkeld, en wist zie 1 daarna, dank aan zijn edele hoedanigheden, zijn aangenaam karakter en zijn scherpzinnige verstandelijke vermogens, op voordeelige wijze te bewegen in de meer welgestelde kringen van Dantzig, waarvan hij in 1780 het burgerrecht verkregen, en waar hij het middelpunt van zijn handelsrelatien geplaatst had.

Op den 16en Mei 1785 trad Heinrich Floris in het huwelijk met Johanna Henriette Trosiener, die toen den leeftijd van negentien jaren bereikt had, terwijl Heinrich Floris reeds 38

iaren telde. .. ,

Met haar echtgenoot deelde zij een bijzondere voorliefde

voor reizen, en was ook intellectueel niet onbegaafd . zij verwerf zich later zelfs een naam door haar geschriften, die voornamelijk romans, reisbeschrijvingen en biografien bevatten. Over de eigenschappen van haar karakter loopen de meeningen echter tamelijk uiteen. Grisebach stelt haar ons voor als een oppervlakkige, lichtzinnige natuur, die veel hoogachting maar weinig liefde gevoelde voor den man, die haar tot zijn levensgezellin gekozen had.

Ter harer verschooning zouden er verschillende omstandig-