Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en de lectuur der oude klassieken, meer bijzonder op de natuurwetenschappen toe. Later voegde hij er ook de studie der wijsbegeerte bij; zijn leermeesters waren daar Schulze voor de philosophie, Heèren voor de Oude en Nieuwe Geschiedenis, de Ethnographie en de Kruistochten; Lüder voor de Geschiedenis van het Duitsche Rijk; Thibaut voor de Mathematische wetenschappen. Hempel en Langenbeck voor de Anatomie; Blumenbach voor de Vergelijkende Anatomie, de Geschiedenis der Natuurkunde en de Physiologie, Mayer voor de Physica, de Physische Astronomie en de Meteorologie, Strohmeyer voor de Scheikunde en Schrader voor de Botanie.

Het was vooral Schulze geweest, die grooten invloed had uitgeoefend op zijn besluit, om zich geheel aan de wijsbegeerte te wijden; op diens raad bestudeerde hij met den grootsten ijver, gedurende de vrije uren, die hem zijn overige studiën

lieten, Plato en Kant.

Deze ijver geleek in alle opzichten aan dien, welke hij te Weimar steeds aan den dag had gelegd, en deed hem het vaak min of meer vrije studentenleven met zijn schaduwzijden

vluchten. _ .

Behalve dat zijn pessimistische natuur hem met tot lichtzinnige vermaken, of zelfs andere volkomen gewettigde ontspanningen lokte, bleef in hem steeds de gedachte aan de verloren jaren zijner koopmansjeugd zeer levendig. Toch onthield hij zich niet van een kring van vrienden, met wie hij veel verkeerde, maar die het doel huns levens niet minder ernstig opvatten dan hijzelf. Het waren de philologen: Lewald en Friedrich Osann, Chr. Karl Bunsen, e. _a.

Na twee jaren de Universiteit van Göttingen bezocht te hebben, begaf hij zich naar Berlijn, waar hij tot leermeesters de beroemdste hoogleeraars van zijn tijd had: "VVolff voor de Geschiedenis der Grieksche Letteren; Fichte voor de Wijsbegeerte; Rtïhs voor de Noordsche Poezie; Ermann voor de Electriciteitsleer en het Magnetisme; Lichtenstein voor verschillende takken der natuurwetenschappen: de Dierkunde, de Entomologie, de Amphibiologie, de Ichtyologie, de Ornithologie, enz. Rosenthal voor de Anatomie van den Mensch; klafroth voor de Proefondervindelijke Scheikunde; Horkei voor de Algemeene Physiologie; Fischer voor de Natuurkunde en Bode

voor de Astronomie.

Arthur Schopenhauer kwam te Berlijn, voorafgegaan door een aanbevelend schrijven van Goethe aan Wolf, waarvan de „Pruisische Jaarboeken" (Dl. XXI) ons den tekst bewaard hebben.

Sluiten