Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenige belangstelling te wekken; maar ook dit werkje miste zijn doel en zijn pogingen bleven vruchteloos.

Een jaar na het verschijnen van dat boek, in 1837, werd er te Frankfort a/M een comité gevormd voor de oprichting van een gedenkteeken ter herinnering aan Goethe.

Ofschoon het strijdpunt aangaande de kleurenleer voor öoethe een aanleiding was geweest, reeds sedert lang Schopenhauer zijn vriendschap te onthouden, was in hem de vereering van zijn vroegeren geestverwant te diep ingeworteld dan dat hij in deze uitdrukking van verdiende hoogachting geen belangstelling zou toonen, en daaraan niet naar zijn vermogen zou medewerken.

Als inwoner van Frankfort en zich met recht tot de meer ontwikkelde kringen der stad rekenende, en bovendien vreezende, dat, zooals niet zelden het geval is bij openbare monumenten, de uitvoering ervan aan minder geoefende handen zou worden toevertrouwd, en de algemeene grondregelen van goeden smaak en waren kunstzin, die door de eeuwen gesanctionneerd zijn, voorbijgegaan zouden worden voor persoonlijke, vaak bekrompen opvattingen, van lieden die buiten het vak stonden, achtte hij het zich ten plicht, ook zijn stem te doen hooren in de beraadslagingen over het ontwerp van het monument.

Daarom zond hij een schrijven aan het reeds genoemde comité, waarin hij zijn wenken en raadgevingen uiteenzette, omtrent het te vervaardigen gedenkteeken van den Dichter — een korte verhandeling, welke inderdaad uitblinkt doorgezonden kunstsmaak, door helder en breed inzicht en grootsche opvattingen, waarom wij het dan ook aan het einde van dit boek in zijn geheel laten volgen.

Schopenhauer was er echter niet gelukkiger mede dan met al zijn andere werken; zijn raadgevingen werden volkomen in den wind geslagen, volmaakt genegeerd, en wat hij gevreesd had, geschiedde inderdaad: er werd een gedenkteeken opgericht dat men terecht een „nationale ramp" heeft genoemd.

Het jaar daarna, 1838, werd voor Schopenhauer op droevige wijze gekenmerkt door den plotselingen dood zijner moeder Johanna,. weggerukt door een hartverlamming op den 13den April.

Daar van af deze jaren het leven van Schopenhauer te Frankfort tamelijk gelijkvormig verliep en door geen bijzondere, diep ingrijpende gebeurtenissen afgewisseld werd — zijn laatste reis, een uitstapje van vier dagen naar Coblenz aan de Rijn. waarna hij Frankfort niet meer verliet, had plaats gehad in

I

Sluiten