is toegevoegd aan uw favorieten.

Arthur Schopenhauer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij de „philosophasters" overstelpte, stelde zij een absoluut mutisme, dat een heilloozer uitwerking ten gevolge had, dan de meest beredeneerde oppositie.

Wij mogen ons hier afvragen of Schopenhauer terecht of ten onrechte de philosophen van zijn tijd met zijn gal overstelpt heeft, het feit blijft er niet minder waar om en moet hem, van alle andere bijkomende oorzaken wel het meest benadeeld hebben.

Dat hij hen niet spaarde, blijkt reeds uit de voorrede, voorafgaande aan de tweede uitgave van zijn „De "Wereld als Wil en Voorstelling," waarvan wij hier eenige passages laten volgen:

„Maken nu de regeeringen de wijsbegeerte tot een middel voor haar staatsdoeleinden, dan zien anderzijds de geleerden in philisophische professoraten een bedrijf dat zijn man voedt evenals ieder ander; zij dingen er dus naar, onder verzekering van hun goede bedoelingen, d. w. z. met het plan, dit doel te dienen. En zij houden woord: noch de waarheid, noch de duidelijkheid, noch Plato, noch Aristoteles, maar de doeleinden welke zij aangesteld worden te dienen, zijn hun leidster en worden ook onmiddellijk het criterium van het ware, van het waardevolle, van hetgeen waarop zij acht moeten slaan en van het tegendeel. Wat hun dus niet bevalt wordt, ook al zou het het gewichtigste en voortreffelijkste in hun vak zijn, hetzij veroordeeld, of, waar dit bedenkelijk zou schijnen, door een eenparig negeeren verstikt. Men beschouwe slechts hun ijveren tegen het pantheïsme; zou iemand wel zoo onnoozel zijn te gelooven, dat dit uit overtuiging geschiedt ?

En hoe zou dan ook de philosophie, die aldus tot een broodwinning verlaagd wordt, niet tot de sophistiek ontaarden?

Juist omdat dit onvermijdelijk is, en deregel: „wiensbrood ik eet, diens woord ik spreek" van oudsher gegolden heeft, was bij de ouden het geldverdienen met de philosophie het kenteeken van den sophist.

Hierbij moet nu echter nog gevoegd worden, dat men, daar in deze wereld overal niets dan middelmatigheid te verwachten is en gevorderd mag worden, en voor geld te verkrijgen is, ook deze voor lief moet nemen.

Dientengevolge zien wij dan ook aan alle Duitsche Universiteiten, die lieve middelmatigheid zich aftobben, om de nog niet aanwezige philosophie uit eigen middelen tot stand te brengen en wel volgens voorgeschreven maat en plan — een schouwspel, waarover het bijna wreed zou zijn te spotten.