Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wekking en dood wezenlijke correlaten zijn, die elkander wederzijds neutraliseeren en opheffen.

In volkomen denzelfden zin werden de Grieken en Romeinen er toe gedreven hun kostbare sarcophagen te versieren, zooals wij ze nog kunnen beschouwen, met feesttafereelen, dansen, huwelijksplechtigheden, dierenfiguren, bachanaliën, dus met voorstellingen van den machtigsten levensdrang, welken zij ons niet alleen in dergelijke scènes van vermaken, maar zelfs in wellustige groepen voor oogen brengen.

Naar alle waarschijnlijkheid was het doel hiervan, om van den dood van den betreurden individu, met den grootsten nadruk op het onsterfelijk leven der natuur te wijzen, en daardoor, hoezeer ook zonder abstract weten, aan te duiden, dat de geheele natuur het verschijnsel en ook de vervulling van den wil tot het leven is.

De vorm van dit verschijnsel is tijd, ruimte en causaliteit, en door middel hiervan individuatie, die met zich medebrengt dat de individu moet ontstaan en vergaan; waarvan echter de wil tot het leven, van wiens verschijning de individu slechts een afzonderlijk voorbeeld of specimen is, even weinig te lijden heeft, als de geheele natuur gekrenkt wordt door den dood van een individu. Want niet aan den individu, maar aan de soort alleen is de natuur iets gelegen, en dringt zij met allen ernst op haar behoud aan, terwijl zij voor haar met buitengewone kwistigheid zorg draagt door de verbazende overtalligheid van kiemen en de groote kracht der bevruchtingsdrift.

De individu daarentegen heeft in zichzelf geen waarde en kan deze ook niet hebben, daar een oneindige tijd, een oneindige ruimte en in dezen een oneindig aantal mogelijke individuen haar rijk zijn, waarom zij (de natuur) dan ook steeds gereed is, den individu te laten vallen; dientengevolge is deze niet alleen op duizenderlei wijzen, door de onbeduidendste toevallen aan zijn ondergang blootgesteld, maar daartoe oorspronkelijk reeds bestemd en wordt er door de natuur van zelf heengevoerd van af het oogenblik waarop hij tot het behoud van de soort gediend heeft.

Op geheel ongekunstelde wijze spreekt de natuur hier zelf de groote waarheid uit, dat alleen de ideën, niet de individuen eigenlijke realiteit bezitten, d. w. z. volkomen objectiteit van den wil zijn

Vóór alles moeten wij op duidelijke wijze leeren kennen, dat de vorm van het verschijnsel van den wil, dus de vorm van het leven of de realiteit, eigenlijk slechts het tegenwoordige

Sluiten