Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komen vrij is, en zich uitsluitend zelf bepaalt en er voor hem geen wet bestaat....

Daar de wil, als zoodanig, vrij is, volgt hier reeds uit, dat hij, volgens onze opvatting, het ding aan zich, de inhoud van alle verschijnsel is. Dit kennen wij als volkomen onderworpen aan het beginsel van de voldoende reden, en zijn viervoudigen vorm; en daar wij weten, dat noodzakelijkheid volstrekt identiek is met gevolg uit een gegeven oorzaak, beiden wisselbegrippen zijn, is alles wat tot het verschijnsel behoort, d.w. z. wat object is voor het als individu kennende subject, eenerzijds oorzaak, anderzijds gevolg, en in deze laatste hoedanigheid niet volkomen noodzakelijk, en deze noodzakelijkheid van ieder deel, van ieder verschijnsel, van iedere gebeurtenis, kan iederen keer aangetoond worden, doordat de oorzaak gevonden moet kunnen worden, waarvan zij als gevolg afhankelijk is.

Dit lijdt geen uitzonderingen; het volgt uit het onbeperkte van kracht zijn van het beginsel der voldoende reden. Anderzijds is deze wereld echter, in al haar verschijnselen, objectiteit van den wil, die, daar hij zelf geen verschijnsel, noch voorstelling of object, maar ding aan zich is, ook niet onderworpen is aan het beginsel der voldoende reden, den vorm van ieder object, en dus niet als gevolg door een oorzaak bepaald wordt en geen noodzakelijkheid kent, d. w. z. vrij is.

Het begrip der vrijheid is dus eigenlijk een negatief begrip, doordat zijn inhoud de negatie van de noodzakelijkheid is, d. w. z. van de met het beginsel der voldoende reden overeenkomende betrekking tusschen gevolg en oorzaak.

Hier nu ligt ten duidelijkste het eenheidspunt van die groote tegenstelling voor ons, n.1. de vereeniging van de vrijheid met de noodzakelijkheid, waarover in de laatste tijden dikwijls, maar voor zoover mij bekend is, nooit duidelijk en juist gehandeld is geworden. , . , x ^

Ieder ding is, als verschijnsel, als object, volstrekt noodzakelijk; het is in zich wil, en deze is volkomen vrij, voor

alle eeuwigheid.

Het verschijnsel, het object, is noodzakelijk en onveranderlijk in de aaneenschakeling van oorzaak en gevolg bepaald, en deze kan niet onderbroken worden.

Het bestaan echter van dit object, en de wijze van zijn bestaan, d. w. z. de idee, welke zich in hetzelve openbaart,

Sluiten