Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verhoogd door vreemd genot, en verminderd door te weten, dat ook anderen diezelfde ontbering ondergaan. De rampen die aan allen gemeen, en van het menschelijk leven onafscheidelijk zijn, bedroeven ons maar weinig, evenzoo die welke bij het klimaat, of het geheele land behooren. De herinnering aan grooter lijden dan het onze, stilt de smart; de aanblik van het lijden van anderen verzacht het eigene.

"Wanneer nu een mensch vervuld is van een uiterst hevigen wilsdrang, met brandende begeerigheid alles kon aangrijpen, om den dorst van zijn egoïsme te lesschen, en daarbij, zooals het noodzakelijk is, moet ondervinden, dat alle bevrediging slechts schijnbaar is en dat het verkregene nooit geeft wat het begeerde beloofde, namelijk finale bevrediging van den onwederstaanbaren wilsdrang, maar door de vervulling van het verlangen slechts van gedaante veranderd is en nu weder onder een andere kwelt — wanneer eindelijk, als zij alle uitgeput zijn, de wilsdrang zelf, ook zonder gekend motief, blijft en zich ais een gevoel van ontzettende leegte en eenzaamheid met noodlottige kwellingen openbaart — wanneer uit dit alles, wat bij den gewonen graad van willen slechts in geringe mate gevoeld wordt, ook slechts de gewone graad van droevige gemoedsstemming ontstaat, en er zich bij dengene die het tot uiterste boosheid gaande verschijnsel van den wil is, noodzakelijkerwijze een overmatige innerlijke kwelling, een eeuwige onrust en een ongeneeslijke smart ontwikkelt, — dan zoekt hij op individueele wijze leniging, waartoe hij rechtstreeks niet in staat is, dan zoekt hij namelijk door den aanblik van het lijden van anderen, dat hij tegelijkertijd als een uiling van zijn macht beschouwt, zijn eigen lijden te verzachten.

Het lijden van anderen wordt hem nu het doel zelf, is hem een schouwspel, waarin hij zich verlustigt; en zoo ontstaat het verschijnsel der eigenlijke wreedheid, van den bloeddorst, welke de geschiedenis ons zoo vaak aantoont, in de Nero's en Domitianen, in de Afrikaansche Dey's, in een Kobespierre, en anderen.

Met de boosheid is ook de wraakzucht verwant, die het kwade met het kwade vergeldt, niet met het oog op de toekomst, dat het karakter der straf is, maar alleen wegens het gebeurde, het verledene als zoodanig, en dus onbaatzuchtig, niet als middel maar als doel, om zich in de smart van den beleediger, welke men zelf veroorzaakt, te verlustigen.

Wat de wraak onderscheidt van de zuivere boosheid, en

8

Sluiten