Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laatste vrucht van ons denken, en als zoodanig reeds vooraf een gedeelte van de ons onbewuste rede.

Wanneer dit zoo is, wanneer het medegevoel onbewuste metaphysiek is, dan begrijpt men niet, hoe Hartmann van de „wonderlijke overschatting van het medelijden" door Schopenhauer spreken kan en toch tegelijkertijd het „metaphysieke moraal-beginsel van Schopenhauer" in de verhevenste uitdrukkingen prijzen kan. Met vreugde leest men dan ook later (pag. 782) den schoonen lof over den man, die van te voren hard genoeg „toegetakeld" was geworden

.... Schopenhauer's Ethica is rijk aan voortreffelijke, maar afzonderlijke, gedachten. Al kunnen wij niet in alles met hem medegaan, dan kunnen wij ons toch niet weerhouden, hem hierom te prijzen, dat hij ook voor de dieren rechtvaardigheid en genegenheid eischt. Hoe meer hij in dit opzicht alleen staat tegenover de ongeloofelijke ruwheid in theorie en praktijk, des te grooter is zijn eer. Kon hij verder op geen enkele andere verdienste wijzen, dan met vlammende woorden opgekomen te zijn tegen de dieren-verachting, en de dieren-„afbeulerij", dan moesten wij hem daarom alleen reeds prijzen, en zijn aandenken in eere houden."

HOOFDSTUK V.

Kunst, Genie en Waanzin.

De Kunst.

De kunst, het werk van den Genius, geeft de eeuwige ideën, die door de zuivere beschouwing opgevat worden, het wezenlijke en blijvende van alle verschijnselen der wereld weder, en al naarmate de stof is, waarin zij wedergeeft, is zij beeldende kunst, poëzie of muziek.

Haar eenige oorsprong is de kennis der ideën; haar eenig doel, deze kennis mede te deelen.

Terwijl de wetenschap, den rusteloozen en onbestendigen stroom der viervoudig gevormde gronden en gevolgtrekkingen volgend, bij ieder bereikt doel, steeds naar iets hoogers streeft, en nooit een laatste doel, noch volledige bevrediging kan vinden, evenmin als men door loopen het punt bereikt,

Sluiten