Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waar de wolken met den horizon samensmelten, zoo bereikt daarentegen de kunst overal haar doel.

Want zij ontrukt het object harer beschouwing aan den stroom der wereldloop, en heeft het geïsoleerd voor zich, en dit afzonderlijke, dat in dien stroom een onbeduidend klein gedeelte vormde, wordt haar een vertegenwoordiging van het geheel, een equivalent van het in ruimte en tijd oneindig vele; zij blijft derhalve bij het enkelvoudige stilstaan; zij brengt het rad van den tijd tot stilstand; de relatiën verdwijnen voor haar; alleen het wezenlijke, de idee, is haar object.

Wij kunnen haar daarom eenvoudig noemen: de wijze van de dingen te beschouwen, onafhankelijk van het beginsel der voldoende reden, in tegenstelling met den weg der ervaring en der wetenschap. Deze laatste wijze van beschouwen, kan vergeleken worden met een eindelooze, horizontaal loopende lijn; die de eerste op ieder gegeven punt snijdt.

Die welke zich richt naar het genoemde beginsel, is de redelijke wijze van beschouwing, welke in het practische leven en in de wetenschap alleen van kracht is en hulp biedt; die welke afziet van den inhoud van dit beginsel, is de geniale wijze van beschouwing, welke in de kunst alleen van kracht is en hulp biedt. De eerste is de wijze van beschouwing van Aristoteles, de tweede over het algemeen die van Plato.

De eerste gelijkt op den geweldigen storm, die zonder uitgangspunt en zonder doel voortwoedt, alles buigt, beweegt en met zich voortrukt; de tweede aan den kalmen zonnestraal, die den weg van dezen storm, door hem onaangetast, snijdt. De eerste gelijkt op de ontelbare, geweldig bewogen druppels van den waterval, die steeds afwisselend, geen oogenblik in rust blijven; de tweede op den regenboog, die onbewegelijk op deze bruisende kolken rust.

Alleen door de boven beschrevene, zuivere beschouwing, die geheel in haar object opgaat, worden de ideën opgenomen, en het wezen van het genie bestaat juist in de overheerschende geschiktheid tot een dergelijke beschouwing; daar dit nu een volkomen vergeten van den persoon zelf en van zijn betrekkingen vereischt, is de genialiteit niets anders dan de volmaaktste objectiviteit, u. w. i. de objectieve richting des geestes, tegenovergesteld aan de subjectieve, die op den persoon zelf, d. w. z. op den wil gericht is.

Diensvolgens is genialiteit, de geschiktheid zich zuiver beschouwend te verhouden, zich in die beschouwing te verliezen, en de kennis, die oorspronkelijk slechts ten dienste van den

Sluiten