is toegevoegd aan uw favorieten.

Arthur Schopenhauer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

diensten omhoog hief, daarna dengenen opzet, die de werktuigen zijn geworden van haar lage plannen, of van die haar weten te bedriegen.

Overeenkomstig hetgeen hier gezegd is, bestaat er evenals een loutere jeugdelijke schoonheid die bijna iedereen een enkel oogenblik bezit (beauté du diable), ook een loutere jeugdelijke intellectualiteit, een zeker geestig wezen, dat tot waarnemen, begrijpen, leeren geneigd en geschikt is, dat iedereen in zijn kinderjaren, eenigen nog gedurende hun jeugd, bezitten, maar dat daarna te loor gaat evenals de schoonheid.

Slechts bij hoogst zeldzame personen, bij de uitverkorenen, duurt de eene zoowel als de andere gedurende het geheele leven voort, zoodat er zelfs op hoogen ouderdom nog een spoor zichtbaar van blijft; deze zijn de waarachtig schoone en de waarachtig geniale menschen.

Het hier in overweging genomen overwicht van hethersenzenuwstelsel en het intellect in den kinderlijken leeftijd, alsmede het verdwijnen daarvan op zekeren ouderdom, wordt op gewichtige wijze verklaard en bevestigd doordat bij de diersoort, welke den mensch het dichtst nabij komt, n.1. de apen, dezelfde verhouding tot op een in het oogloopenden graad plaats heeft.

Het is langzamerhand met zekerheid gebleken, dat de zoo hoogst verstandige orang-outang een jonge pongo is, die, wanneer hij opgegroeid is, de groote gelijkenis van gelaat met den mensch en tevens zijn verbazingwekkende verstandigheid verliest, doordat het onderste dierlijke gedeelte van het gezicht grooter wordt, het voorhoofd daardoor terugtreedt, en groote cristae, als spierbeginselen, den schedel een meer dierlijke gedaante geven; de werkzaamheid van het zenuwstelsel daalt, in haar plaats ontwikkelt zich een buitengewone spierkracht, die, daar zij voor zijn behoud toereikend is, de groote verstanstandigheid overtollig maakt.

Van bijzonder veel gewicht is hetgeen Frédéric Cuvier in dit opzicht gezegd, en Flourens in een recensie der Histoire Naturelle van den eerste verklaard heeft. Deze recensie bevindt zich in de September-aflevering van het Journal des Savans van het jaar 1839, en werd met bijvoeging van eenige verklaringen afzonderlijk afgedrukt onder den titel: Résumé analytique des óbservations de Fr. Cuvier sur Vinslinct et Vintelligence des animaux,par Flourens. 1841. Daar wordt p. 50, gezegd: „L'intelligence de 1'orang-outang, cette intelligence si développée, et développée de si bonne heure, décroit avec 1'age. L'orang-outang, lorsqu'il est jeune, nous étonne par sa péné-