Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontstane leemte naar willekeur aangevuld, — dan is de waanzinnigheid daar! Want het intellect heeft zijn natuur van den wil te behagen, opgegeven; de mensch verbeeldt zich nu iets, wat niet is.

Maar de aldus ontstane waanzin wordt nu het onverdragelijkste lijden der Lethe; hij wordt het laatste hulpmiddel der gefolterde natuur, d. w. z. van den wil.

Ter loops zij hier een gewichtige bevestiging mijner meening vermeld. Carlo Gozzi voert ons in zijn „Mostro turcliino" acte I, sc 2, een persoon ten tooneele, die een tooverdrank gedronken heeft, welke hem alles doet vergeten; deze gedraagt zich volmaakt als een waanzinnige.

Volgens de hierboven aangehaalde verklaringen kan men den oorsprong van den waanzin beschouwen, als een „uit het geheugen verliezen" van een zaak, wat echter slechts mogelijk is door middel van een „zich in het hoofd zetten" van een andere. Zeiden heeft het omgekeerde plaats, dat namelijk het „uit het geheugen verliezen" het tweede, en het „zich in het hoofd zetten" het eerste is.

Toch vindt dit plaats in gevallen, waarbij iemand de aanleiding, waardoor hij tot krankzinnigheid gebracht wordt, steeds tegenwoordig ziet en zich daarvan niet los kan maken; zoo b. v. bij menigeen die aan liefdeswaanzin, of erotomanie lijdende is, waarbij de aanleiding onafgebroken voortduurt, evenzoo is dit het geval bij den waanzin welke ontstaat tengevolge van schrik over een plotselinge, ontzettende gebeurtenis.

Dergelijke zieken klampen zich krampachtig vast aan de eenmaal opgevatte gedachte, zoodat er geen andere, vooral geen tegenovergestelde, in hen kan opkomen.

Bij beide soorten blijft echter het wezenlijke van den waanzin hetzelfde, namelijk de onmogelijkheid van een gelijkvormig samenhangende herinnering, die den grondslag van onze gezonde, redelijke bedachtheid is.

Wellicht zou de hier ontwikkelde tegenstelling in de verschillende wijzen van ontstaan, wanneer zij met goed oordeel aangewend werd, een scherpen en diepen verdeelingsgrondslag van de eigenlijke krankzinnigheid kunnen geven.

Overigens heb ik slechts den physieken oorsprong van den waanzin in beschouwing genomen, dus die welke door uitwendige objectieve aanleidingen veroorzaakt wordt.

Meermalen echter berust hij op zuiver lichamelijke oorzaken, op misvormingen of gedeeltelijke desorganisatie van de hersenen of haar bekleedselen, of op den invloed welke op de hersenen uitgeoefend wordt door andere door ziekte aangetaste deelen.

Sluiten