Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vooral bij deze laatste soort van waanzin zullen valsche zinsbegoochelingen, hallucinaties enz. voorkomen. Toch zullen de twee oorzaken van den waanzin meestal aan elkander deel hebben, vooral de physieke aan de lichamelijke.

Het is hiermede gesteld evenals met den zelfmoord; zelden zal deze zijn aanleiding alleen in uitwendige oorzaken vinden, maar er ligt hem gewoonlijk een lichamelijke onbehagelijkheid ten gronde, en volgens den graad, welke deze bereikt, wordt er een sterkere of een zwakkere aanleiding van buiten vereischt; alleen bij den hoogsten graad ervan geen enkele.

Daarom is geen ongelijk zoo groot, dat het iemand tot zelfmoord zou moeten drijven, maar ook geen zoo klein, of een gelijk ongeluk heeft er iemand reeds toe gebracht.

Ik heb het physische ontstaan van den waanzin reeds uiteen gezet, zooals hij, althans naar alle waarschijnlijkheid, bij den gezonde door een groote ramp veroorzaakt wordt.

Bij hem, die er lichamelijk reeds sterk toe gedisposeerd is, zal een geringe wederwaardigheid daartoe voldoende zijn: zoo herinner ik mij b. v. een mensch in een krankzinnigengesticht, die soldaat geweest en krankzinnig geworden was, omdat zijn officier hem getutoyeerd had.

Bij beslist lichamelijken aanleg wordt er zelfs, zoodra deze tot rijpheid gekomen is, in het geheel geen aanleiding vereischt.

De waanzin die door louter physieke oorzaken ontstaan is, kan wellicht, tengevolge van den geweldigen ommekeer van den gedachtengang, ook een soort verlamming of andere krenking van een of ander hersendeel veroorzaken, die, wanneer zij niet spoedig verholpen wordt, een blijvend karakter aanneemt ; daarom kan de waanzinnigheid slechts in den aanvang, niet echter na geruimen tijd, weder genezen worden.

Dat er een mania sine delirio, een razernij zonder waanzin, bestaat, wordt door Pinel geleerd, maar door Êsquirol bestreden, en 3edert dien tijd is er veel vóór en veel tegen gezegd geworden. De vraag kan ten slotte slechts proefondervindelijk beslist worden.

Zou echter een dergelijke toestand in werkelijkheid voorkomen, dan zou hij hierdoor te verklaren zijn, dat de wil zich hier op bepaalde tijden geheel en al aan de heerschappij en de leiding van het intellect, en tevens aan zijn motieven, onttrekt, waardoor hij dan als een blinde, onstuimige, vernielende natuurkracht optreedt, en zich diensvolgens uiterlijk doet kennen door de zucht, om alles wat hem in den weg staat, te vernielen.

De aldus losgebroken wil gelijkt dan op den stroom, die den (.lijk vernielt, op het paard, dat zijn berijder afgeworpen heeft,

Sluiten