Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geestelijk product van ons causaliteits-bewustzijn, en als anders niets beschouwt, stelt hij ons onzen wil toch als heer over ons intellect voor, en dit als zijn slaaf, die, evenals de koetsier op zijn bok, zoo vlug en zoo ver moet rijden, als zijn meester hem beveelt.

Volgens de verschillende verhoudingen, waarin beide deze vermogens, het verstand en de wil, tot elkander geplaatst zijn, besluit hij, met het oog op de gelijkheid, of het overwicht van het eene vermogen op het andere, tot kunst, tot genie, tot talent, tot waanzin, tot razernij, enz.

Het wezen nu van het menschelijk genie zoekt Schopenhauer niet in den heer, in den wil, maar in den slaaf, in het intellect.

"VVant alleen de slaaf heeft volgens hem het vermogen zich beslist eigen beschouwingen en voorstellingen te vormen en als zoodanig vast te houden, niet echter de heer.

Het intellect heeft, wanneer het een geniale natuur bezit, het vermogen, de werkelijkheid zelfstandig waar te nemen en zelfstandig weder te geven. Uit deze zelfstandige geschiktheid om in werking te treden, ontstaan er zelfstandige of oorspronkelijke, origineele werken, n.1. kunstproducten.

Wat de kunst ook beoogt voor te stellen of weder te geven, steeds moet zij in staat zijn, uit eigen waarnemingen oorspronkelijk eigene voorstellingen te vormen. Indien zij dit niet is, kan zij slechts van anderen nagevolgde vormen voortbrengen.

Wil ons intellect oorspronkelijke ontwerpen, die het zelf uit eigen krachten gevormd heeft, tot werkelijkheid doen overgaan, dan moet het met een geheel bijzondere kracht begaafd zijn; maar dit vermogen wordt slechts zeer zelden in menschelijke naturen aangetroffen; is het er echter in aanwezig, dan drukt het op deze naturen, die inderdaad edel genoemd dienen te worden omdat zij hoogst zeldzaam zijn, het eigenlijk stempel der genialiteit af.

Wat het edele genie vooral onderscheidt van de gewone, alledaagsche, talloos voorkomende „fabriekswaar van het menschelijk geslacht" is de kracht van zijn zucht naar waarheid.

Zooals in het gewone leven, zoo draagt ook in de kunst de leugen het stempel van het alledaagsche, van het ordinaire; zij komt ons zelfs als iets algemeens voor, te midden waarvan de waarheid, juist omdat zij zoo zeldzaam is, des te meer in het oog loopt, en met des te grooter helderheid en glans schittert.

Welke ook de gedaanten zijn, waarin de kunst haar vormen giet, hetzij klanken, of woorden, of beelden, steeds moet

Sluiten