Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met oprechte en innige, diep gevoelde geestdrift voor de waarheid, heeft hij gezocht en gevonden, wat hij ons met groote vlijt en scheppend voorstellingsvermogen, als de door hem gekende en erkende waarheid onder de oogen brengt.

Echt oorspronkelijke beschouwingen steunen geheel zijn stelsel, wat aan originaliteit nauwelijks overtroffen kan worden.

Hij zelf vergelijkt zijn wijsbegeerte met den ouden Tempel van Thebe, met zijn honderd poorten, waar iedereen even vlug en gemakkelijk in, als weder uit kan komen. Hierdoor is het scherp onderscheiden van het wijsgeerige gebouw van Kant, dat Schopenhauer te veel herinnert aan een gothieke kerk, omdat alles daarin naar omhoog streeft, en dit hem als het tegenbeeld voorkomt van zijn aardschen platvormigen tempel.

Van een zekere fout is Schopenhauer's tempel toch niet geheel en al vrij te pleiten, namelijk van een fout, waaraan vele kunstenaars, en wel in het meerendeel hunner kunstwerken, zich schuldig maken, wanneer zij hen hier en daar met vreemde veêren sieren.

Daar het niet zelden met groote moeite gepaard gaat, de veelsoortige gedaanten en gestalten der werkelijkheid, welke men wenscht weder te geven, met oorspronkelijke, zelfstandige kracht te beschouwen en voor te stellen, wenden vele kunstenaars zich gaarne naar hetgeen door anderen reeds voorgesteld is geworden, maar voornamelijk naar de wijze, de manier, welke aan een kunstenaar of aan een geleerde in zijn arbeid eigen is.

Daardoor herinnert het nieuwe kunstwerk aan een ander, dat reeds bestaat, of bestaan heeft.

Nu kunnen wij niet verhelen dat er in Schopenhauer's nieuwe wereldwijsheid zeer vele, reeds oude, reeds bestaan hebbende, ja reeds als onnuttig erkende ,veêren" te ontdekken zijn.

Wel moeten wij dit niet te zwaar wegen en dit een wijsgeer niet zoo euvel duiden als een kunstenaar, daar de geheele menschelijke philosophie om een tamelijk onbeduidend aantal vragen draait, welke reeds alle op deze of gene wijze beantwoord zijn geworden, vooral als wij daarbij in aanmerking nemen, dat er ter wereld geen onderwerp of voorwerp gevonden zal worden, waarover niet reeds breedvoerig gephilosopheerd is geworden, en men zich tevens geen gedachte zoo dwaas kan uitdenken, of zij is reeds door een wijsgeer gedacht geworden.

De oude antwoorden, waarop hierboven gedoeld werd, moeten zich dus steeds opnieuw aan den slag mengen, en dit doen zij dan ook bij Kant.

Sluiten