Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze nietigheid zelf is daarom het eenige objectief van den tijd, d. w. z. datgene wat met hem in het wezen der dingen overeenkomt, dus datgene, waarvan hij de uitdrukking is.

Daarom is de tijd ook de a priori noodzakelijke vorm van al onze beschouwingen: in hem moet alles tot stand komen ook wij zelf. '

Hierdoor gelijkt ons leven op een betaling, welke men in enkel koperen munt uitbetaald krijgt en daarna toch moet kwiteeren; het zijn de dagen, en de kwiteering ervan is de dood. Ten slotte velt de tijd het vonnis der natuur over de waarde van al de in haar verschijnende wezens, door hen te vernietigen:

„Und das mit Recht; denn Alles was entsteht,

Ist werth, dass es zu Grunde geht,

Drum besser war's, dass nichts entstünde !*

Aldus vormen ouderdom en dood, waarheen ieder leven noodzakelijk heensnelt, het door de handen der natuur zelf afgegeven vonnis over den wil tot het leven, dat te kennen geeft, dat dezen wil een streven is, wat zichzelf moet verijdelen. „Wat gij gewild hebt — zegt het — eindigt zoo: wil iets beters."

De ondervinding dus, welke iedereen in zijn leven opdoet, bestaat over het geheel hierin, dat de onderwerpen zijner verlangens onophoudelijk misleiden, wankelen en vallen, en derhalve meer jammer dan vreugde aanbrengen, totdat eindelijk de geheele grond en de bodem, waarop zij alle gevestigd zijn instort, terwijl zijn leven zelf vernietigd wordt en zoo de laatste bekrachtiging erlangt, dat al zijn streveu en willen iets verkeerds, een dwaling, was:

„Then old age and experience, hand in hand,

Lead him to death, and make him understand,

After a search so painful and so long,

That all his life he has been in the wrong." ')

Wij willen echter op de speciale zijde dezer zaak nog iets nader ingaan, daar het juist deze beschouwingen zijn, waarin ik de meeste tegenstrijdigheden ontdekt heb

Wij gevoelen de smart, maar niet de afwezigheid van smart, wij gevoelen den druk der zorgen, maar niet haar afwezigheid, wij gevoelen de vrees, maar niet de veiligheid. Het verlangen

') Ouderdom en ondervinding geleiden hem, hand in hand, naar den dood, en doen hem begrijpen, na zulk een langdurig en moeitevol streven, dat hy geheel zijn leven in dwaling verkeerd heeft.

Sluiten