Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

richtingen) over alle andere deelen van het lichaam, is reeds eene gebeurtenis van na den dood.

De dood, ten opzichte van het subject, betreft dus alleen net bewustzijn. Wat nu het verdwijnen van het bewustzijn is kan iedereen in zekeren zin beoordeelen naar het inslapennog beter echter zal degene dit weten, die eenmaal werkelijk bewusteloos is geweest, waarbij de overgang niet zoo geleidelijk en langzaam, noch door droomen, plaats heeft, maar het allereerst het gezichtsvermogen bij volledig bewustzijn verdwijnt waarop onmiddellijk de diepste bewusteloosheid intreedt; de gewaarwording is daarbij, voor zoolang zij duurt, niets minder dan onaangenaam, en zonder twijfel is de bezwijming de tweelingbroeder van den dood, zooals de slaap er de broeder van is.

Ook de gewelddadige dood kan niet smartelijk zijn, daar zelfs zware verwondingen in den regel niet gevoeld, maar eerst een poos later, dikwijls slechts aan uitwendige teekenen herkend worden; zijn zij spoedig doodelijk, dan zal ook het bewustzijn vóór de ontdekking verdwijnen; dooden zij later, dan is het evenals bij andere ziekten.

Al degenen, die hetzij in het water, hetzij door kolendamp, hetzij door hangen tijdelijk het bewustzijn verloren hebben, verklaren dat dit zonder pijn geschied is.

Zelfs de eigenlijke, natuurlijke dood, die namelijk door ouderdom, de euthanasie, is een allengs wegkwijnen en verdwijnen uit het bestaan, op onmerkbare wijze.

Langzamerhand verdooven in den ouderdom de hartstochten en begeerten, met de ontvankelijkheid voor hun voorwerpen; de aandoeningen vinden geen opwekking meer, want het voorstellingsvermogen wordt onophoudelijk zwakker, haar beelden doffer, de indrukken zijn niet meer van blijvenden aard en gaan spoorloos voorbij, de dagen rollen steeds sneller voort, de gebeurtenissen verliezen haar beteekenis, en alles verbleekt.

De hoogbedaagde waggelt rond, of blijft in een hoekje rusten, als een schaduw, als een schim van zijn vroeger wezen.

Wat blijft daar voor den dood nog over om te verwoesten ? Een goeden dag is zijn slaap dan de laatste en zijn droomen

zijn Het is die, waarnaar Hamlet vraagt, in het beroemde

monoloog. Ik geloof, dat wij ze ook nu droomen!

Hier moet nog opgemerkt worden, dat het onderhouden van het levensproces, ofschoon dit een metaphysieken grondslag heeft, toch niet zonder weerstand, en bij gevolg niet zonder inspanning plaats heeft.

Dit is het, waaraan het organisme iederen avond blootgesteld

14

Sluiten