is toegevoegd aan uw favorieten.

Arthur Schopenhauer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VII. AANHANGSEL.

I.

In de korte levensschets van Schopenhauer, vooraan in dit boek, hebben wij meer dan eens gelegenheid gehad om te eonstateeren, dat het verschil van opvatting ten opzichte van de Kleurenleer een diepe en blijvende klove had geslagen tusschen Schopenhauer en Goethe. Beschouwen wij de karakters van deze beide mannen, dan zou men geneigd zijn de hinderpaal tot eene toenadering veeleer te zoeken aan de zijde van Schopenhauer, die meermalen in zijn leven, voornamelijk tegen de „philosophasters" van zijn tijd blijken gaf, onverzoenlijk en buitengewoon scherp te kunnen zijn; terwijl het opgeruimde, joviale karakter van Goethe, dat juist niet aan pessimisme leed, aan meer toegeeflijkheid zou doen denken.

Het tegenovergestelde is echter het geval geweest. Ondanks hun afwijkingen in zienszwijze, heeft de antipathie Schopenhauer's oogen niet verblind voor de verdiensten van den dichter-philosoof; hij heeft hem steeds een hooge achting toegedragen, en er zich niet bij bepaald, deze achting in zijn hart te gevoelen, maar er ook op de ondubbelzinnigste wijze blijken van gegeven, voornamelijk toen het gold, den dichter een standbeeld op te richten.

De hierachter volgende „Raadgevingen omtrent Goethe's gedenkteeken" geven een bewijs, niet alleen van den gezonden kunstsmaak van den philosoof, wiens scherpzinnigheid op het gebied der kunst wij reeds in dit boek hebben leeren kennen, maar vooral van het helaas zoo dikwijls met voeten getreden beginsel, dat een verschillende zienswijze niet tot persoonlijke vijandschap behoeft te voeren.

Eenige raadgevingen omtrent Goethe's gedenkteeken.

Ik zou er gaarne in berusten en mij nederleggen bij het vertrouwen, dat zij die den wil en het geld bezitten, vereischt om een gedenkteeken op te richten, ook tevens begaafd genoeg zullen zijn om dit edele plan ten uitvoer te brengen.

Maar dit vertrouwen wordt in mij aan het wankelen gebracht, wanneer ik, b. v. het opschrift beschouw, dat het kostbare, schoone, en door zijn doel zoo eerbiedwaardige Bibliotheeksgebouw ontsiert: Studiis libertati reddita civitas, dat in