is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hel-rood-gloeiend, in rood van bloed, als een vizioen van, ginds heel verre, bloedige slagvelden, nu verlaten, — gaat langzaam de zon onder boven de stille zee.

Over de luchte-welving, in het Westen, glanzen karmozijne strepen, vervagend in een ijl doorzichtig rose tegen den witblauwen hemel, langzaam, onmerkbaar daarin verglijdend met tintingen van teêr-paars, teêr-groen en teêr-violet, als perlemoer. En het schijnt daar, door dien perlemoeren hemel, of het verre zeeën zijn en gouden stranden, iets als van zeeën in klimaat van louter aether ...

Maar verder welft de hemel in dun wit-blauw zich wijd uit, toch met daarin den glans nog van het helle zonne-rood, een weerglans die geen kleur maar schaduw is en gevend iets van ziel aan dat koud-strakke blauw, dat overal in 't rond wègkoepelt naar den horizon.

Er drijven, als eilandjes, de wolken, van goud omboord, goud om wit-vlokkig dons, waar het goud in verloopt tot roomige tint van teêre bloemkelken. En over de zee weêr dat rood, het bloedige rood, maar, in de afschaduwing