is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar hoonend lachen schatert door den stillen nacht.

Dan wordt hij razend, gooit zich op zijn vijand, klauwt zijn handen in diens klêeren en bijt en trapt als een bezeten beest. Zij worstelen geruimen tijd. Hij is de sterkste, smakt Koen op den grond en gaat voort te stompen en te trappen, in blinden hartstocht. Dan, eindelijk verslapt hij, en als Koen dat merkt, werpt hij, met ontzaglijke inspanning, het log-zwaar lichaam van zich af, springt

op, vlucht

Maar tergend krast zijn stem in 't holle van den nacht: „Let er op, ik zal 't oe betoald zetten!"

Hij zou 't hem betaald zetten!

Nu gaat hij snel den dijk over. Juist heeft hij 't mesje weggeborgen in zijn diepen zak; een klein vod maar, dat hij een vorige kermis van Anna heeft gekregen, 't lieve

ding, de zuster van dien schurk Hij is nu de sluizen

al voorbij. Daar ginder woont-ie, de schobbejak!.... Maar hij zal zich wreken....

In het licht, dat uit het sluiswachtershuisje straalt,

blijft hij even staan en beziet zijn hand Hij heeft 't

netjes gedaan toch; zonder veel pijn; 'n schrammetje maar en 't zou wel gauw genezen zijn

Snel dan linksaf de sluizen over even glijdt hij

deksels glad zoo 's avonds door de vocht, die sluizen.... dan rechts de dorpsstraat in.

Nu opent hij de deur van 't huisje van zijn vader, treedt de kamer binnen.