is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

enkele gestalte tusschen de halmen; het even hel-ópblikkeren van een sikkel.

En traag ook, als met dikke golven van vadzige galming, weende de doodsklok van 't dorp haar klankvol geluid door den heenzonnenden middag.

Op het kleine kerkhof stonden ze om de geopende groeve: de predikant, die een korte toespraak gehouden had over dit tragische slachtoffer van haar plicht, eenige verwanten der gestorvene en vele, vele belangstellenden.

Nu lieten de mannen langzaam, voorzichtig de kist naar omlaag en pinkten de vrouwen een traan weg. Velen snikten luid op, kleine schokkende snikjes in hare witte zakdoeken.

Vele kransen had de doode gekregen en die gleden langzaam, voorzichtig met de kist meê in de donkere aarde. Toen werd er wat zand overheen geworpen en was de plechtigheid afgeloopen.

Tot hen die zich nu verwijderden, voetje voor voetje omdat het zoo stampvol was, behoorde ook de jonge meester, zijn houtig-magere gestalte heel correct in zijn stadsche kleeding, met Annatje van den burgemeester aan zijn arm. Dien avond, vóórdat het gerucht van brand het [feest uiteen deed stuiven, waren ze aan elkaar verloofd geworden. En nu, dat zij het kerkhof verlaten, fluisteren zij stemmig samen, nog over de doode.

„Het was zoo'n goed, goed kind," betuigt de meester,