is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat was tot een telkens wederkeerende vraag geworden, een plagend uitvisschen, een dwingerig zeuren van den grooten jongen bij het kleine, tengere, stille meisje: wüt 't dan toch was ??

Maar verder kwam ze nooit; nooit waagde zij te spreken van dat onbestemde voorgevoel, dat zij zelf zich nog niet kon verklaren, maar in het aanhoudende van haar mijmerijen haar lief geworden was, een zorgvuldig-gekoesterde schat. Als Teunis zoo vraagde en dwong, schudde zij beslist haar bleek, zwartlokkig hoofdje en klemde de dunne lippen op elkaar, of herhaalde slechts, geheimzinnig steeds: Ik zeg alleen dat ik iets wacht, ik wacht iets

Zij wachtte iets. — Ouder wordend, achttien, twintig jaar, van kind vrouw ineens, zonder overgang, sjouwend door haar dagelijksch, stompe leventje op de heide, te midden van de dier-menschen om haar heen, en in haar uiterlijk langzamerhand verliezend veel van het tengere, het abnormale uit haar kind-zijn, werd zij het helderduidelijk zich meer en meer bewust, hoe haar innerlijk leven zich vervreemdde van het uiterlijke; hoe zij, uiterlijk haar dorpsgenooten steeds meer naderend, inwendig sterker en fijner begon te gevoelen, meer en meer een heimwee begon te krijgen naar iets moois en iets hoogs,

iets onbepaalds, dat ver, ver buiten haar bereik lag

En in die dagen, sterker, meer geformuleerd dan vroeger, toen zij, op hun stille afgelegen plekjes Teunis daarmee