is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gansche wereld verwinnend. Wel klein hadden hem toen de menschen in de steden geschenen, sukkels, die gansch hun lange leven op één klein plekje gronds zich aftobden, en wel klein ook de menschen laag op het land, waar hij voorbij vloog en die bewonderend staarden, temidden

van koe of korenschoof

Maar toen was van lieverlede die verandering gekomen, begonnen met zijn langzame vervreemding van de menschen, alléén als hij vaak heele dagen was met den machinist en de stampende machine; — dan, uit die vervreemding, dat gevoel van eenzaamheid, van uitge-

stooten zijn uit de maatschappij De menschen leefden

in de steden bijeen, warm en gezellig; overdag liepen ze over de straten en 's avonds zaten ze in de lichte huizen. Hij — zwierf van stad naar stad, en gééne kon hij de zijne noemen. Hij werd voortgestuwd altijd en altijd; iets van helsche kracht dreef hem aan, verder, verder,

wèg van warmte en gezelligheid en geluk En hoog

koepelden weêr de bleeke luchten over hem en weken weer de horizonnen naar alle kanten uit, tot een wijden kring van vereenzaming.

Hij had dan soms de behoefte luid te schreeuwen van angst; als een poppetje op een speelgoed-treintje voelde hij zich, dat door den wind werd voortgeblazen; een nietig pakje vuile kleêren, dat niets kon en niets vermocht in de ruimten alom.

Ook wanneer hij op zijn stroo-matras lag, op 't nauwe zoldertje onder de pannen, of 's Zondags thuis zat bij zijn