is toegevoegd aan je favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gerrit in hun vriendelijk huisje; blij en stralend drie, vier kinderen om hen heen

Toen de dagen op zijn langst waren en de schemering eerst laat in den avond viel, was Gerrit begonnen in het grauwe half-licht, dat in het kamertje voor vollen dag gold, voor zijn meisje luid-op de courant te lezen, een onaanzienlijk stadsblaadje, dat hij van zijn baas na lezing meekreeg; een besmoezeld brok gelig papier, waarop de letters, slecht gezet, met hier en daar in de regels gansche klodders drukinkt, door het in elkaar loopen der woorden, dansten en waggelden, aaneen-zeurend en lamenteerend de eindelooze verhaal-zinnen van moordjes en brandjes, sterfgevallen en geboorten. - Eentonig klonk dan Gerrits stem in 't kamertje; Marie, strak, recht-op, luisterde, half-aandachtig, half-verveeld, met wel een innig

gevoel in zich voor Gerrit, haar jonge toch, met een

ver-weg verlangen, — naar nog iets anders....

VIL

„Weet-je, dat je meid met Hein Dekker smoest?" hadden ze haar op de fabriek gevraagd.

Hein Dekker was een jong fabrieksarbeider, een dief en dronkaard.

„Wie?" — had zij gevraagd, denkend aanMartha, Bet

„Je jongste, die op den naai-winkel is," was haar geantwoord. „Je mag wel een oog op die meid houden "