Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

praten was heel ver, als hoorde zij het door een dikken doek.

Soms zette haar vader haar op de toonbank, vlak bij een van de lampen, zoodat haar slaaprige oogjes knipten tegen den schijn. Dan kwamen ze allemaal om haar heen staan en dan lachten ze om dat gekke knippen en knepen haar in de wang. En dan greep haar vader haar bij haar armpje vast en vertelde aan al die menschen van koningin Sophie, van de prent, waarnaar zij heette, en dat ze nu zes jaar geworden was en nu gauw niet meer zoo heele dagen op straat mocht spelen, maar over een paar weken naar school

zou gaan Koningin Sophie, daar kwam het toch altijd

weêr op terug, en meestal wrong ze haar arm dan ongeduldig los en sprong van de toonbank af, het trapje opklauterend naar haar bedje in de kamer met het roode-rozenbehang

IY.

In den nacht, dien voorjaars-zonnedag volgend, was het weêr geheel omgeslagen, en bij 't opgaan der zon drensde een lamme, loome regen neer uit egaal-grijze lucht. — Het was Zondag. In een nattigen mist lagen de kaden uit, een grauw, ziekig schijnsel vangend op de verregende keien; druipend stonden de huizen tegen elkaar gehurkt, op hun vuilig-berookte muren groote, bruine vochtvlekken.

Kaal en verlaten lagen de schepen tegen den wal. Het leek nu zoo'n rommeltje, als van heel oude, verwaarloosde

Sluiten