Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Haar vader had er toen een lapje om gebonden en toen het vingertje beter was. had vader een lucifer uit een doosje genomen en het lapje verbrand, het leelijke, vieze lapje, dat wég moest, heelemaal wèg

Nu wilde Fietje een lucifer nemen en-die leelijke flesschen verbranden; dan zouden de mannen niet meer van de schepen weggaan en dan zou de zon wel weèr gaan schijnen en de plassen opdrogen....

Heel stil lag het kindje te luisteren naar de roezing van geluiden beneden in de gelagkamer. Maar eindelijk werd het stil en hoorde zij haar vader naar boven komen, om te gaan slapen.

Nog een poosje wachtte Fietje. Toen stond zij zachtjes op en ging op haar kousjes de trap af naar beneden. 'tWas er rookerig en benauwd; het kind kon slechts moeilijk adem halen. Een vage schemering hing er; boven de deur zag zij een smalle strook lucht, waar enkele sterren beefden.

Van een der tafeltjes nam ze een doosje lucifers. Stilletjes sloop zij ermee achter't buffet, waar de flesschen stonden. Het kostte haar wat moeite er een af te strijken, maar eindelijk siste toch een hei-geel vlammetje aan 't eind van 't witte stokje, dat Fietje nu haastig, toch wat bang voor dat vuur, te midden der flesschen wierp. Ze bleef wachten; nu zouden die stoute flesschen allemaal verbranden.

Een oogenblik bleef het vlammetje daar zachtjes heen en weer flikkeren in 't donker op die plank, vlak aan den rand van een kring gemorst nat. Fietjes grijze oogen staarden,

Sluiten