is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nu nog warm; hij ging er wel eens meer heen, na afloop van 't werk, als 't streng vroor en zijn kacheltje thuis niet trekken wou... De hoofddeur, welke op 't plein uitkwam, was altijd gesloten als de machinist er niet was, maar als hij achterom liep en door de pakkamers ging, kon hij er toch komen.

Langs den linker-vleugel van de fabriek begaf hij zich naar 't „Gangetje", zooals het door 't werkvolk werd genoemd, een smallen doorgang tusschen hooge, grauwe muurvlakken, voerend naar de pakkamers. 't Was er duister en glibberig; van weerszijden steunde hij zich aan de wanden, die ruig-steen-killig aanvoelden. Af en toe gleed zijn houten stompje door een inkuiling onder hem weg, zoodat hij bijna viel, een vloek smorend tusschen zijn tanden.

Toen meende hij een afschijning van licht te zien op den hoogen muur. Even stond hij stil. Dat was waar

óók bedacht hij. De opzichter had hem vanmiddag

gezegd dat een paar man zouden nablijven vanavond om te pakken: een spoed-zending, die den volgenden morgen dadelijk met het spoor weg moest....

Even aarzelde hij, of hij zou doorgaan. Een van de mannen die hij ginds vinden zou, kénde hij wel: Gijs Wessels of „Geite-Gijs," zooals de fabrieksmeiden hem algemeen noemden, om z'n sik, z'n rooie sik. — Hij, Bertels, had hem liever den „stier" genoemd, zoo'n woeste kop had-i

Gijs dronk en had al eens voor diefstal in de kast ge-