is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vingers draaien liet, bralde de vroolijkheid zich baan door zijn mokkende stemming en schetterde zijn jonge stem over 't water.

„Dat jij naar Lombok gaat

Zij hadden de touwen nu los gegooid en boomden langzaam het grachtje af, waar aan den wal nu ook het dagleven ontwaakt was. Gordijnen werden opgetrokken, de deuren der winkeltjes klapten open en toe; belletjes tingelden. Een kleine zwarte hond, vlak aan den kant, liep blaffend met het schip meê.

Doris boomde; hij stond aan het roer, waartegen hij van tijd tot tijd met zijn knie een duwtje gaf; af en toe blies hij zijn warmen adem tegen zijn knokkige handen, die koud werden in het dampig weer. En onderwijl jengelde het maar steeds door zijn hoofd, dat het straks gebeuren moest, bij de „IJzeren Brug", als Doris aan wal zou zijn om Bruin te halen...

Bij de „IJzeren Brug", aan den steiger, lagen ze een kwartiertje stil. Van uit een zeepziederij werden eenige kisten op het dek gebonkerd; een vrachtje voor Ellendam. De mannen, twee zware kerels in blauw boezeroen, wisten er óok al van; schreeuwden van de kaai af, het zweet van hun voorhoofd vegend: „Zoo Ouwe! Blij je dochter weer thuis te hebben ... 'n Koopje wa!..."

Hij schudde even zwijgend het hoofd, een reeks van heel kleine knikjes, ,,'t Es wa, minschen, 't es wa.. mummelde hij toen klagend.

17