is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het wonderlijk-helder voor zijn geest, nu hij alléén zijn dóchter zag, die hij had weêrgekregen. Er was geen koü en er was geen verlatenheid meer: hij voelde de warme koffiekom in zijn hand: het was als vroeger, meer dan vier jaar geleden, toen zij óók hem die reikte; het was, als was er nooit iets tusschen geweest

Toen zag hij Doris, aan den wal, toekijkende met groote oogen. En het schoot door hem heen — in die wondere klaarheid — hoe zij, zijne dochter, de vrouw van veel ondervinding al en leed, reeds óud, — nu zijn zou voor hem, dezen jongen, wat hij nooit had gekund, doch wat zijn vrouw geweest zou zijn, als zij was blijven leven....

En in een warm-lichtende blijdschap, een jubelend geluk, dat stroomde door zijn oud, verwerkt karkasje, strekte hij zijn beide armen uit en sloeg ze om zijn dochters hals en snikte snikte ....

Even voorbij het bruggetje, nu geen lijn meer trok, lag het schip onbeweeglijk in het midden van de vaart. En in de staal-grijze, glad-stille spiegel van 't water kronkelde het, aan den achtersteven, in kleine vergulde letters: „De Hulp van Boven"

1902.