is toegevoegd aan uw favorieten.

Groote leeraren der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waaierdragende leden van zijn lijfwacht gedragen werd. Voor hem uit droegen twaalf jonge priesters, op met goud doorstikte kussens, de koninklijke onderscheidingsteekenen: de scheidsrechterlijke scepter, voorzien van den ramskop, den degenboog en den strijdknots. Achter hem kwamen de leden van het koninklijk huis en de priesterschap, gevolgd door de Ingewijden in de groote en de kleine Mysteriën. De hoogepriesters droegen de witte tiara en hun borstversiering schitterde van het licht der symbolische edelgesteenten. De hofdignitarissen droegen de orden van het Lam, den Ram, den Leeuw, de Lelie en de Bij, die aan kunstig bewerkte, massieve ketenen hingen. Verschillende genootschappen sloten den stoet met hun zinnebeelden en ontplooide vaandels. ') — 's Nachts voerden prachtig versierde booten de vorstelijke orkesten over de kunstmatige meren, terwijl danseressen en luitspeelsters zich rij aan rij schaarden om heilige dansen uittevoeren.

Maar deze overweldigende pracht was niet wat hij zocht. Het verlangen om tot het geheim der dingen door te dringen, de dorst naar kennis deed hem van zoo ver komen. Men had hem verteld, dat in de heiligdommen van Egypte, magiërs en hiërofanten leefden, die in het bezit waren van goddelijke kennis. Ook hij wilde in de geheimen der goden doordringen. Een priester uit zijn land had gesproken over het Boek der Dooden, over de geheimzinnige rol, die men onder

l) Zie de muurschilderingen der tempels te Thebe, afgebeeld m het boek van Frangois Lenormant en het hoofdstuk over Egypte in „La Missim des Juifs'' van Saint-Yves d'Alveydre.